Maak een succes van collegiale consultatie

Claudia Smit |

Collegiale consultatie staat bij menige school op de agenda. Het is belangrijk, scholen willen er iets mee, maar hoe en wat precies… Dat het de aandacht heeft, wil lang niet altijd zeggen dat scholen optimaal de voordelen benutten. Dat vraagt dan ook wel wat. Op het gebied van praktische randvoorwaarden, inhoud, cultuur en middelen.

Collegiale consultatie

“Een superkrachtig middel voor professionele ontwikkeling, als je het goed doet…”

Regelmatig begeleidt B&T-adviseur Caroline Offerhaus schoolteams bij professionele ontwikkeling. Collegiale feedback vindt zij daarvoor een heel krachtige manier. Daarbij kun je denken aan lesbezoeken: de ene leraar bezoekt de les van de andere en zij bespreken hun ervaringen na. Maar je kunt ook denken aan vormen waarin groepjes leraren samen op een onderzoekende manier een bepaalde gedeelde leervraag benaderen. “Met elkaar heb je meer mogelijkheden en lef om iets uit te proberen. Je bereikt een leereffect dat alleen al door de vermenigvuldiging met het aantal betrokken leraren vele malen groter is dan wanneer je het in je eentje doet.”

Externe druk

De interesse van scholen in collegiale consultatie neemt toe, merkt Caroline Offerhaus. Dat wordt mede gestimuleerd door het belang dat de inspectie hieraan hecht; leraren moeten zich optimaal kunnen ontwikkelen. Ook kan collegiale consultatie een uitstekende manier zijn om invulling te geven aan het recht van beginnende leerkrachten op coaching, zoals dat is vastgelegd in de cao PO.

Faciliteren is niet genoeg

Toch komt collegiale consultatie op veel scholen nog niet echt van de grond. “Ik kom zelden op een school waar wordt gezegd: ‘Oh, dat is hier allemaal al heel erg goed geregeld.’” Het vraagt dan ook wel wat. In de eerste plaats op het gebied van organisatorische randvoorwaarden. “Plat gezegd: collegiale consultatie vraagt tijd. Tijd om bij elkaar te gaan kijken. Dat betekent dat lessen moeten worden opgevangen. Terug naar die beginnende leerkracht in het PO: vaak is er in overeenstemming met de cao wel een coach aangewezen voor de beginnende leerkracht die in de klas kan kijken, maar het zou ook ontzettend zinvol zijn voor die leerkracht om zelf andere lessen te bezoeken.” En dat is niet gemakkelijk. “Omdat dat niet in de formatie zit, omdat invalleerkrachten op dit moment lastig te krijgen zijn…” En in het voortgezet onderwijs zijn de roosters vaak niet helpend. “Het moet allemaal maar net passen in dat gezamenlijke tussenuur.” Op sommige scholen wordt het wel gefaciliteerd, maar dat betekent nog niet dat leraren er ook gebruik van maken. “Er zijn altijd ook heel veel andere dingen te doen. ‘De mogelijkheid bieden’ is niet genoeg om collegiale consultatie in een school echt van de grond te krijgen.”

Het goede gesprek

Bovendien: als je als schoolleiding de collegiale consultatie alleen maar faciliteert, blijft het leereffect oppervlakkig. Dan is het succes heel erg afhankelijk van de persoonlijke ambitie van individuele leraren. Er is meer nodig. “Cruciaal is het inhoudelijke gesprek. Dat gesprek hoeft niet altijd lang te duren, maar het moet wel gaan over de essentie: wat wil ik als kijker uit het lesbezoek halen en waarover wil jij feedback ontvangen?” Daar helpt ook een goed instrument bij, zoals Qcolleague.

Het gesprek wordt idealiter niet alleen gevoerd door lerarenkoppels, maar ook op teamniveau. “Ik denk dat collegiale consultatie het meest effectief is als professionele ontwikkeling en schoolontwikkeling bij elkaar komen. Dat betekent dat de onderwerpen van de collegiale consultatie raakvlakken hebben met de ambities van een school. Alleen dan kun je collegiale consultatie optimaal inzetten.” Dan realiseer je niet alleen opbrengsten op leraarniveau, maar ook op team- en schoolniveau.

Verschillende doelen

Bij collegiale consultatie denk je misschien het eerst aan lesbezoeken door collega’s onderling, maar ook lesbezoeken door leidinggevenden kun je hier in zekere zin onder scharen. Er is wel een wezenlijk verschil. “Dat zit vooral in het doel: waarover gaat het gesprek voor en na het lesbezoek. Bij leidinggevenden is het doel informatie verzamelen om vervolgens een oordeel te kunnen geven over de onderwijskwaliteit van de leraar. Nu klinkt dat wel zwaar – een oordeel geven – maar in essentie gaat het erom dat je met elkaar nagaat of de basis op orde is. Bij de ene leraar is dat niet meer dan een check en gaat de rest van het gesprek over de verdere ontwikkeling, maar bij andere leraar ligt dat anders. Als je constateert dat iets niet op orde is, dan ga je in gesprek over wat je met elkaar wilt bereiken en wat je verwacht. Daarmee ligt het accent anders dan bij een ontwikkelgesprek.”

In tegenstelling tot de lesbezoeken door leidinggevenden, zijn intercollegiale lesbezoeken uitsluitend ontwikkelingsgericht. De eigen leervragen van leraren zijn altijd het uitgangspunt. Of dat nu van de ‘aanbieder’ is of van de ‘vrager’, dat maakt niets uit. “Het kan zijn dat schoolbreed is afgesproken dat elke leraar tien andere lessen bezoekt, maar dat maakt voor de ontwikkelgerichtheid van de collegiale consultatie niet uit. De keuze van collega’s en lessen maken leraren op basis van hun eigen leervraag.”

Als de basis op orde is, zal een gesprek tussen leidinggevende en leraar ook al snel gaan over ontwikkeling. Toch is er een belangrijk verschil met intercollegiale gesprekken. “De leidinggevende kijkt vanuit een ander perspectief. De centrale vraag in dit gesprek is waar persoonlijke ontwikkeling en schoolontwikkeling bij elkaar komen. Waar raken die elkaar?”

Cultuur

Behalve praktische zaken (tijd, roosters, lesopvang) en het inhoudelijke gesprek vraagt collegiale consultatie ten slotte ook iets van de cultuur. Specifieker: er dient sprake te zijn van onderling professioneel vertrouwen. “Als een collega in de klas komt kijken en er is geen professioneel vertrouwen, dan kan die collega allerlei feedback geven, maar die komt dan bij de ander niet binnen.” Vertrouwen is een absolute voorwaarde. Maar het werkt óók andersom. “Om vertrouwen te laten groeien, heb je massa nodig”, zegt Caroline. “Werken aan vertrouwen doe je door iets met elkaar te gaan doen dat een gemeenschappelijk ervaren belang dient.” Bijvoorbeeld dat je samen aan de slag gaat met collegiale feedback om de onderwijskwaliteit te blijven ontwikkelen.

“Stel dat de schoolleiding dit van bovenaf oplegt, dan zal er weerstand ontstaan. Die weerstand is niet gerelateerd aan de collegiale consultatie op zich, maar aan het feit dat het wordt opgelegd. En weerstand is geen goede basis voor gesprek. Natuurlijk, soms is het nodig dat de schoolleiding besluitvaardig is en eigenstandig beslissingen neemt, maar het is het mooist als je het met elkaar opbouwt en de behoefte van binnenuit komt. Als je met elkaar kunt zeggen: we vinden dit met ons allen belangrijk en collegiale consultatie is een middel dat bij ons past. Dan heb je de massa die nodig is om echt aan een professionele cultuur te werken. Dan krijgt vertrouwen de ruimte om te groeien. In die zin kan collegiale consultatie dus bijdragen aan een professionele cultuur.”

Qcolleague

Het kwam al even aan de orde: een goed instrument kan helpen bij het voeren van een goed inhoudelijk gesprek, dat wezenlijk is voor de effectiviteit van collegiale consultatie. Bovendien helpt het om gefundeerder en vanuit vergelijkbare perspectieven naar onderwijs te kijken. “Het is wel van belang als dat instrument goed aansluit op de gedragsindicatoren en bekwaamheidseisen die voor de doelgroep gelden”, benadrukt Caroline. Voor Qfeedback ontwikkelde zij de vragenlijsten die deel uitmaken van Qcolleague, de oplossing van Qfeedback voor collegiale consultatie. “De vragen in Qcolleague zijn helemaal afgestemd op de geldende eisen en sluiten aan op de relevante indicatoren. Voor het PO zijn ze een-op-een gekoppeld aan de inspectie-eisen voor startbekwaamheid, basisbekwaamheid en vakbekwaamheid.”

Voor observatie-instrumenten heeft de PO-raad een toetsingskader voor het primair onderwijs opgesteld. Met dit ‘Toetsingskader lesobservatie-instrumenten primair onderwijs’ stimuleert de PO-raad de kwaliteit van de instrumenten en het gebruik daarvan. De aanvraag voor accreditatie van Qcolleague is op dit moment in behandeling bij de PO-raad.

Wat levert het op?

Caroline hoopt dat meer scholen collegiale feedback serieus gaan inzetten voor de professionele ontwikkeling van al hun medewerkers (niet alleen beginnende leraren). “Als je het goed doet, is collegiale consultatie een superkrachtig middel. Ik begeleid trajecten waarin mensen mij teruggeven dat het hen zo veel verder brengt dan een studiedag of cursus. Op scholen die op dit gebied een stap verder zijn, zijn leraren razend enthousiast. Het is een uitstekende manier om samen te leren, het blikveld te verbreden, meer te leren, het teamgevoel te vergroten en de professionele cultuur te stimuleren. Collegiale feedback vraagt wel wat, maar tegelijk is het te waardevol om er niet mee aan de slag te gaan.”

Serieus aan de slag met collegiale consultatie?

Neem contact op met Caroline Offerhaus. Zij gaat graag met u in gesprek.

Voor meer informatie over Qcolleague kunt u hier terecht. Vraag gerust een demo aan en ontdek of Qcolleague ook voor u een geschikt hulpmiddel kan zijn.

ONZE NIEUWSBRIEF

Op de hoogte blijven van het laatste Qfeedback nieuws? Meld u aan voor onze nieuwsbrief.